Enikör Dingemanse, Designer.

Ontmoet Enikör. Haar weg naar BlackDesk was net even anders. Drie jaar geleden droeg ze nog een witte jas als laborant met wat reageerbuisjes in de hand, nu stapt ze dagelijks de studio binnen om Adobe InDesign, Illustrator of Photoshop te openen. Dit doet ze het liefst gekleed in een kleurrijke gestylde outfit. Verder ontdek je in deze story onder andere waar ze haar inspiratie vandaan haalt, waarom ze een liefde heeft voor motorrijden en wat haar ultieme lange termijn droomproject is. Een designer met pit, wat perfectionisme én om niet te vergeten een authentiek randje.


Vertel eens, hoe ben je van het lab in onze studio terechtgekomen?
“Ik kom uit Middelburg en woon nu al een jaar of zeven in Vlissingen. En Zeeland verlaat ik niet, dat weet ik zeker. Al denk ik soms? Misschien ga ik nog terug naar Middelburg. Maar goed, eerst even terug naar het begin. Op de middelbare school was ik goed in de bètavakken: natuurkunde, scheikunde…. met kunstgeschiedenis. Eigenlijk wilde ik naar de kunstacademie, maar daar werd ik nèt niet aangenomen. Dus ik koos voor zekerheid en kwam uit bij een studie tot laborant. Ja, ik weet het, het heeft niks met elkaar te maken. Maar het voelde op dat moment als een veilige keuze.”
En daarna?
“Ik werkte als laborant, een baan die mij stabiliteit gaf. Ik was goed in mijn werk, maar na verloop van tijd haalde ik er steeds minder voldoening uit en volede ik mij niet compleet. Het werk in het lab is best routinematig, met weinig ruimte voor creativiteit. Logisch in die omgeving. Eerst dacht ik dat die voorspelbaarheid goed bij mij zou passen. Maar toen tijdens corona veel stil kwam te liggen, besloot ik een creatieve weg in te slaan en een eigen portfolio op te gaan bouwen.”
Leuk om te horen dat je zelf aan de slag bent gegaan om je portfolio een boost te geven. Vervolgens klopte je aan bij BlackDesk, omdat je een vacature open zag staan als designer en je dacht ‘niet geschoten, is altijd mis’?
“Ja, dat klopt! Ik wist dat ik weinig ervaring had, maar ik probeerde het gewoon. Aart reageerde ontzettend sympathiek, dat weet ik nog. Het werd een ‘nog niet’. Maar hij dacht wel direct mee met mij en gaf tips en advies. Dat ben ik niet vergeten. En een jaar later ging ik weer terug naar school om een opleiding te doen tot vormgever. Toen het tijd was voor mijn eindstage, dacht ik: ik probeer het gewoon opnieuw. En het klikte. Ik voelde me meteen welkom. Kreeg vertrouwen. Kreeg ruimte. Ineens zat ik in de studio, klapte ik mijn MacBook open en startte ik aan mijn eerste opdracht.”
En hoe kom je naar je werk toe?
“Meestal met de trein, maar dat is ook wel leuk om te vertellen want als het weer het toelaat, dan kom ik in de mooie maanden zo nu en dan op de motor.”
Als jij je laptop openklapt en je bureaustoel aanschuift, hoe gaat je werkdag er dan uitzien?
“Er bestaat niet echt een gemiddelde werkdag voor mij. Maar er is wél een soort rode draad in mijn dag. Laten we beginnen met het feit dat ik erg houd van structuur, lees: to-do-lijstjes. Maar ik voel ook goed aan als er wat meer ruimte in mijn planning moet zitten. Meestal doe ik de creatieve taken in de ochtend, dan is mijn hoofd nog lekker fris en kom je tot de betere ideeën dan aan het einde van de middag. Dan heeft het echt wat extra inspanning nodig.
Hoe zit het met je ‘eigen stijl’ als designer?
Ik werk veel aan branding, campagnes en illustratie. En ik merk dat ik echt wel steeds meer mijn eigen stijl aan het ontwikkelen ben. Geef mij maar een blank canvas en ik creëer er graag zelf wat omheen. Vanuit gevoel, maar wel met richting die ik krijg in mijn briefing van de projectmanager.”


Heb je een voorbeeld van een project waar je from scratch aan bent gestart?
“Ja, ik heb wel aan een aantal projecten gewerkt waar nog niet helemaal een volledige stijl op papier stond. En dat zijn voor mij ook leuke en uitdagende projecten omdat ik graag begin met een blank canvas. En toch kan dit ook zorgen voor frustratie, omdat je niet altijd direct een idee hebt terwijl het wél op de agenda staat.”
Wat doe je als je even vastloopt? En wie helpt je dan verder?
“Denise is als Art Director echt mijn coach. Ik kan altijd met mijn designvragen altijd bij haar terecht. Zo moest ik laatst voor een opdrachtgever een compleet nieuwe huisstijl ontwikkelen. Wat ik zei net over dat ik graag start vanaf een blank canvas klopt, maar dit keer kwam het idee gewoon even niet zo vanzelf.
Ik had verschillende stijlen uitgewerkt, maar bij geen één dacht ik: dit is ’m. Toen zei Denise: ‘Laat het even liggen en pak een andere taak op. Je zult zien dat het idee vanzelf komt, op een onverwacht moment.’ En ze had gelijk. Een paar dagen later kwam het beeld ineens wél, alsof alles klikte en klopte.
Dat werd uiteindelijk ook het voorstel dat we hebben gepresenteerd én het viel in de smaak. Juist dat vertrouwen, dat het goedkomt als je even afstand neemt, was heel fijn om te ervaren. Designen is ook gewoon een proces, zonder vastomlijnd kader.”
Welke projecten staan wel echt op nummer 1 of 2 in het lijstje van uitspringende design opdrachten?
“Er zijn inderdaad een paar projecten waar ik echt trots op ben als ik er even over nadenk. Eén daarvan is de illustratie-opdracht voor Syndus Group over de ESG-strategie.”
Waarom deze?
“Kort nadat ik had uitgesproken dat ik meer met illustratie wilde doen, kwam deze opdracht in de studio op mijn pad. Het team gaf me hun vertrouwen én volledige creatieve vrijheid. Mijn illustraties werden met veel enthousiasme ontvangen. Uiteindelijk mocht ik ze verder uitwerken en vormgeven dat ze geanimeerd konden worden tot een animatievideo. Het was best wel bijzonder om mijn werk op die manier tot leven te zien komen.”
En die ander?
Een ander project dat eruit springt, is een branding opdracht voor een echte Zeeuwse opdrachtgever die zich richt op schelp- en schaaldieren. Ze gaven alleen wat richting mee: een authentieke stijl, volgens de huisstijl en een korte beschrijving van het bedrijf. Daar moest ik het mee doen. Uiteindelijk kozen ze ook hier voor mijn huisstijl, logo en complete vormgeving. Dat maakt mij eigenlijk best wel trots en die stijl wordt nu ook in alle middelen doorgevoerd.”
Wat telt voor jou in een samenwerking?
“Eerlijkheid, zonder twijfel. Dat staat met stip op één. Ik wil dat we alles durven vragen, zonder drempels. En dat we ons enthousiasme uitspreken. Zie je iets moois op iemands scherm? Twijfel niet en zeg het! Een compliment kan iemand nét dat extra zetje geven om met nog meer energie en motivatie door te gaan.
Die energie voel je bijvoorbeeld tijdens onze designmeetings. Dan delen we om de beurt wat ons op dat moment inspireert. Het mooie? Je stapt even in elkaars denkwereld en ontdekt nieuwe invalshoeken voor je eigen creaties. Dat is wel samenwerken op z’n best.”


Wat zijn voor jou grote dromen voor de toekomst?
“Daar heb ik wel mijn ideeën over. Soms voelt het misschien nog wat onrealistisch omdat ik het echt pas later voor mij zie. Maar ik zou graag een kinderboek illustreren.”
Wat voor illustraties moeten we dan aan denken?
“Ik raak helemaal geïnspireerd door Mark Janssen. Het is best een bekende illustrator en echt goed in zijn werk. Zijn prentenboeken voelen als een kaartje naar een compleet andere wereld. De kleuren, het speelse rommeltje dat toch één prachtig geheel vormt… heerlijk! En die imperfectie. Daar zit juist zoveel moois in. Zelf ben ik nogal perfectionistisch, en stiekem verlang ik ernaar om dit ook soms even los te kunnen laten.”
Heb je al eerder dit soort dingen gedaan?
“Ja! Tijdens mijn studie kregen we de opdracht om een boek te illustreren. We mochten kiezen uit een paar teksten en daar een publicatie bij maken. Ik koos voor een prentenboek. En ja, ik heb er véél tijd in gestoken (misschien iets te veel, haha), maar het was het helemaal waard. Het gaf me veel energie.”
Op welke manieren vind jij het leuk om ‘buiten de kaders’ te designen?
“Geef mij een penseel en een tafel met papier. Ik vind het nog leuker om illustraties met de hand te maken. En ze daarna te digitaliseren, inscannen en in de computer verder te bewerken. Dat is eigenlijk mijn favoriete manier van werken. Analoge technieken trekken me ook, al heb ik dat nog niet echt gedaan.”
En ehm, even iets heel anders. Motorrijden, daar had je het aan het begin van het gesprek al even over? Dat is wel echt cool. Vertel ‘s wat meer hierover.
“Ik doe het inmiddels al een paar jaar en heb mijn eigen motor. Stap er graag op naar werk als het mij uitkomt. Het is natuurlijk wel iets anders dan gewoon even in de auto stappen of de trein pakken. Het geeft in ieder geval wel meer een gevoel van vrijheid, je voelt de wind en je bent veel meer ‘in het moment’ omdat je best hard gaat. Daarnaast contrasteert mijn zwarte helm en motorpak ook lekker met mijn vaak kleurrijke outfits, haha. Maar ook tussen stoer en zacht. Denk dat ik het beiden heb.”


Nog een ander weetje wat niet zoveel mensen van je weten en wat jou authentiek maakt?
“Ja, niet zo heel veel mensen zullen dit ook weer kennen, hoor. Maar ik heb een beetje een uit de hand lopen hobby, namelijk Funko Pops verzamelen. Het zijn eigenlijk niet zomaar figuurtjes voor mij. Het is best jeugdsentiment. Zo staan er thuis in de glazen kast bijvoorbeeld CatDog, de slangenharige dame uit Monsters & Co., de Cheshire Cat uit Alice in Wonderland en Courage the Cowardly Dog van Cartoon Network. Ook mijn favoriet ontbreekt niet: de hond uit Wacky Races, in de Mean Machine. Elk poppetje heeft zijn eigen verhaal en juist dat maakt het zo grappig. Daarnaast ben ik dol op spelletjes zoals Skip-Bo, Regenwormen, Koehandel, Perudo en natuurlijk een klassiek potje Yahtzee. Het leukste eraan? De gezelligheid en het lachen dat er onvermijdelijk bij komt kijken!
Als je dit spaart kan het niet missen dat er geen een op je zwarte bureau staat, toch?
“Hahaha, goeie! Er staat inderdaad eentje op mijn bureau. Misschien verwacht je het niet helemaal, maar Bert van Ernie staat er. Ik krijg ook op werk vaak de bijnaam ‘Bert’, dus dat is wel heel toepasselijk. Zelfs op Slack sta ik onder die naam.”
En om weer even een uitstapje te maken naar BlackDesk. Wat is de beste tip die je hier bij BlackDesk tot nu toe hebt gekregen?
“Ik leer mezelf steeds vaker de ruimte te geven om te groeien. Het liefst wil ik natuurlijk dat alles meteen perfect is, hup, in een keer goed, maar zo werkt het leven niet. Nieuwe dingen hebben tijd nodig.”
Hoe kijk je als designer naar de toekomst?
“In de toekomst wil ik mijn ervaring niet alleen inzetten voor projecten, maar ook om de volgende generatie designers te laten groeien. Een coachende rol, waarin ik junior designers begeleid, inspireer en help hun talent te ontwikkelen. Dat lijkt mij ontzettend waardevol. Én dus dat prentenboek maken.”